Spin in het administratieve parochieweb! (aug.
2000)
Dit keer in onze portrettengalerij van vrijwilligers Ineke Overbeek:
echtgenote van pastor
Frans Overbeek,
moeder van vier kinderen én spin in het administratieve parochieweb.
Wat voor werk doe jij als vrijwilligster in de parochie?
Zij steekt van wal "De eerste zes jaar hier in Nieuwegein heb
ik – naast zo nu en dan invaluren op de Rijnhuyseschool – vrijwillig
gewerkt op de administratie. Omdat ik er naast woon, was dat vaak
gemakkelijk. Gedeeltelijk werk ik nog op vrijwillige basis, maar inmiddels
ben ik nu al een paar jaar officieel in dienst bij het parochiebestuur.
Mijn voornaamste taak is op de administratie de zaak laten ‘draaien’
. Zorgen dat de liturgieboekjes op tijd klaar zijn, meehelpen met
de afwerking van De Hoeksteen, en vooral het bijhouden van het ledenbestand
van bijna 15.000 parochianen, de kerkbijdrage, de boekhouding en dat
soort werk. En niet te vergeten allerlei hand- en spandiensten
Er komt toch heel veel op je af. Je bent soms uren op een dag bezig
met ‘klusjes tussendoor’: een doopbewijs, een bruidje met nog een
paar vragen, een mevrouw die de machtiging aan ‘Tabor’ heeft ingetrokken,
want ze dacht dat het een of andere duistere figuur uit Rusland zou
zijn! De gekste dingen maak je soms mee."
Tijdens het interview kwam iemand gauw nog even bij haar een sleutel
ophalen. Een kwartiertje later verzorgde zij snel de koffie voor een
werkgroep. Over hand en spandiensten gesproken…
Gebeuren zulke dingen vaak?
Dat hoort er gewoon bij. En zij vervolgde geestdriftig haar
verhaal met : Je doet het werk gelukkig niet alleen. Het gezellige
is juist, dat je het sámen doet met anderen. Uren ben je bezig met
het afwerken van De Hoeksteen, de laatste tijd niet meer met Nicolien,
maar met Yes (en met ondersteuning vanuit de redactie, van Steef en
Paul). Jan doet heel veel aan de boekhouding met de computer, en Reinier
houdt andere boeken bij en telt wekelijks met Steef de collectes.
Met Wil, Yes en Eef werk ik samen aan de liturgieboekjes. Frans Kuipers
deed dat ook jaren, maar die moest helaas stoppen omdat hij ernstig
ziek is. Verder zijn er nog anderen, zoals José en Theo, die op bepaalde
vaste ochtenden op het parochiecentrum meewerken. Dat samenwerken
geeft verbondenheid met elkaar.
Heb je plezier in je werk?
Het is echt heel leuk werk – tenminste, als de computers en alle
apparaten het doen! Soms zijn wij heel druk bezig en plotseling blijft
zo’n programma ‘hangen’. En altijd op het verkeerde moment! Dat wil
nog wel eens op je zenuwen werken vooral als je onder tijdsdruk moet
werken. Dan blijkt iedere keer maar weer hoe kwetsbaar we zijn. Computers
gaan wel steeds sneller, maar mensen moeten het wel kunnen bijhouden.
En verschillende vrijwilligers worden een dagje ouder. Het blijft
een zorg hoe wij ook in de toekomst de parochie kunnen blijven runnen.
Ze wachtte heel even en zei toen heel spontaan en lachend (zoals
ze vaker doet!): Ik moet denken aan de schik en de humor tijdens
het koffiedrinken met onze tuingroep, de postbezorgers, de onderhoudsgroep
en Schoonschip. De gekheid onder elkaar. Daarna kunnen wij er met
plezier weer flink tegen aan.
Waarom zijn jullie in de pastorie gaan wonen?
Het was voor ons een bewuste keuze om in de parochie te wonen en
niet daarbuiten. Je rolt er op die manier gemakkelijk in, en dus ook
in het vrijwilligerswerk. Je raakt bovendien op die manier ook sterk
betrokken met het wel en wee van de mensen. Wij zijn begonnen in Heino
waar we 5 jaar hebben gewoond, gevolgd door 10 jaar in Leusden; en
we wonen hier nu al weer 10 jaar. Samen maakt dat ‘25 jaar’ pastoraal
werk, dat we voor een deel ook sámen hebben gedaan.
Jullie staan aan de vooravond van jullie zilveren huwelijksfeest.
Op welke wijze hebben jij en Frans elkaar ontmoet?
Ik kom oorspronkelijk uit Utrecht, maar mijn ouders waren verhuisd
naar Leerdam; toen nog, in 1972 een stadje met 16.000 inwoners en
16 verschillende kerken! Pater Versteeg was daar pastoor, en ik was
daar op de pastorie al actief in een groep die zorgde voor van alles
en nog wat. Er kwamen daar soms groepen studenten voor een bezinningsweekend.
Ik dirigeerde een jongerenkoortje, en ik zong mee in het ‘grote koor’.
Die pater had indertijd wat gekscherend en met een lach tegen mijn
ouders gezegd:’Ik zorg wel dat zij met een katholieke jongen trouwt!’
Dat heb ik geweten. Ik ging een keer met hem mee naar een feestelijke
bijeenkomst waar ook een voor mij onbekende Frans aanwezig was. Later
zag ik hem weer in een woongroep in Zeist. En zo kwam hij op het idee.
Een katholieke jongen, en meer dan dat! De rest…moet je zelf maar
bedenken!
Hoe zie jij de toekomst van de parochie?
Ik zie de verbondenheid groeien in de parochie. Zo heeft de restauratie
mensen met elkaar verbonden, zowel jong als oud. Het schept een band
als mensen acht jaar lang heel actief met elkaar daaraan hebben gewerkt.
Zij stokte heel even en zei heel bewogen. Hoe groot die verbondenheid
met elkaar was heb ik zelf ondervonden na mijn val waardoor ik in
het ziekenhuis moest worden opgenomen. Ontzettend veel kaarten en
wensen hangen bij ons in de keuken aan de kastdeuren. De jongens werden
het gewoon zat om ze allemaal steeds op te hangen. En dan spreek ik
nog niet eens over de vele bloemen die ik heb gekregen. Het leek bijna
een bloemenwinkel. Het is hartverwarmend om te zien hoe de mensen
dan met je mee leven. Ik wil iedereen graag bedanken voor alle steun
en liefdevolle wensen die ik heb ondervonden tijdens mijn ziekte!
Heb je veel vrije tijd?
Dat is een heet hangijzer. We proberen toch wel een dag in de week
vrij te houden; dat lukt redelijk, maar lang niet altijd. Ik ben nu
eenmaal getrouwd met een man die behalve met mij ook met de kerk is
getrouwd! Pastor zijn is geen baan van 40 uur met tijden van 8 tot
5. Je investeert er veel in, je geeft er veel voor op, maar je krijgt
er ook weer veel voor terug .
Rien Brouwer
|