Overweging bij Jesaja 40, 1-11 en Lucas 3, 15-22
over tederheid en kracht
In de kerk zeggen we dat God liefde is. Liefde, een
prachtig
woord,
juist ook het zoŽn rijke betekenis heeft. We vinden dat
liefde oprecht moet zijn en van binnenuit moet komen.
Geveinsde liefde en betaalde liefde laten een bittere
nasmaak na. Liefde is een gevoel, maar het is meer dan
dat; het is een kwaliteit van leven, een deugd, eigenlijk
een verbinding van twee andere deugden, namelijk tederheid
en kracht. Liefde is een deugd die in aanleg in ieder van
ons aanwezig is; een kwaliteit die we gaandeweg ons leven
steeds meer kunnen ontwikkelen. Liefde is ook iets anders
dan lief zijn, want als je altijd maar lief bent, dan heb
je geen ruggengraat ontwikkeld. Dan ben je als man of
vrouw een slappe zak. Of in ieder geval bang om het
achterste van je tong te laten zien. Ik kom hierop omdat
in de lezingen ook sprake is van die combinatie van
tederheid en kracht. Van God wordt bij Jesaja gezegd dat
hij optreedt met grote kracht. Hij laat niet met zich
spotten. Hij straft, en Hij beloont als de straftijd
voorbij is. Hij voert de heerschappij. Bepaalt geen doetje
dus, geen softie. Tegelijkertijd zegt Jesaja dat God is
als een herder die zijn schapen met zachte hand geleid en
ze tegen zijn borst draagt.
Bij Jezus zien we dezelfde combinatie van tederheid en
kracht. In het evangelie van vandaag zien we dat hij
leerling is van de strenge boeteprofeet Johannes de Doper.
Als Jezus later de tempel reinigt van handelaren en
geldwisselaars, dan treedt hij op in de voetsporen van
Johannes de Doper: hij laat dan een diepe vroomheid zien
die gekoppeld is aan goed kijken, scherp oordelen en
daadkrachtig optreden. Maar andere teksten laten juist een
heel tedere en zachtmoedige Jezus zien, met name in zijn
omgaan met zieken, met kinderen, en met tollenaars en
zondaars. En ook als hij bidt, dus in de band tussen Vader
en Zoon.
Onze kerk zegt dat wij allemaal geschapen zijn naar het
beeld van God. Dat betekent dat de kwaliteiten van God ook
in ons aanwezig zijn. Weliswaar op meer beperkte wijze,
maar toch. Ik hoor nogal eens van oudere mensen, dat ze
zijn opgevoed met een autoritair godsbeeld. En dat het
veel strijd gekost heeft om daar van los te komen. In dat
godsbeeld lag de nadruk op de harde kant van God, op zijn
verboden en geboden, op zijn oordeel en zijn straffende
hand. Mensen hebben daar niet alleen onder geleden omdat
ze zich als kind zelf beoordeeld voelden en omdat ze vaak
gestraft werden. Ze merkten vaak dat ze zelf dat gedrag
overnamen; dat ze ook hard gingen oordelen, terwijl ze
aanvoelden dat ze daarmee de ander vaak geen recht deden.
Mensen kunnen ook heel veeleisend zijn geworden naar
zichzelf. Je kunt erachter komen dat ook dat geen leven
is. Je wilt er van loskomen. En ook van de geloofsbeleving
die daarbij hoort.
In onze kerk hebben veel mensen de afgelopen 50 jaar
gezocht naar een beter evenwicht tussen strengheid en
tederheid, tussen vooral oordelend in het leven staan en
alles maar goed vinden. In de opvoeding van kinderen merk
ik zelf ook hoe belangrijk dat juiste midden is. Op het
ene moment is het nodig heel duidelijke grenzen te stellen
en ook consequent te blijven, in goed overleg met de
andere ouder. Op het andere moment is warme nabijheid,
zachtheid en vergevingsgezindheid de beste houding. Het is
niet zo makkelijk om aan te voelen wat het beste is in een
situatie. Je eigen gevoelens van boosheid of onzekerheid
kunnen je danig in de weg zitten. Onbevangen aandacht voor
de ander en ook voor wat er in jezelf omgaat; je hebt het
niet zomaar. Dat vraagt veel oefening. Het vraagt
volwassenheid en geduld.
Wij zijn geschapen naar het beeld van God. Tederheid en
oordeelskracht zitten ook in ons. Maar welk beeld van God
houden wij kinderen voor? We laten onze kinderen dopen. We
proberen ze het goede voorbeeld te geven. Maar in
kinderbijbels en bij de voorbereiding van gezinsvieringen
zie ik wel eens dat van God de Vader en van Jezus vooral
een lieve en zachte man wordt gemaakt. Ik ga nou met opzet
de situatie wat uitvergroten, alleen om u aan het denken
te zetten. Wat voor beeld van God geven we aan onze
kinderen door? De Vader is ver op de achtergrond, als
iemand die de wereld ooit geschapen heeft en van wie je
alleen weet dat Hij zijn Zoon gezonden heeft om de liefde
te prediken. De Zoon gelooft in het goede van alle mensen.
Er is geen hel; iedereen komt in de hemel want iedereen
bedoelt het tenslotte goed. Er is geen satan, want daarmee
zijn mensen alleen maar bang gemaakt. En als mensen al
slecht zijn, dan komt dat omdat ze nare dingen hebben
meegemaakt. Ze zijn dus niet echt zelf verantwoordelijk,
ze zijn eigenlijk ook slachtoffer van hun situatie.
De vraag is of dat allemaal klopt, wat God betreft en
ook als het over ons mensen gaat. Het zou kunnen zijn dat
we met zij allen in onze voorstellingen van God wat
doorgeschoten zijn: van de autoritaire Vader naar de
Barmhartige die alles vergeeft. Van Christus als rechter
bij het Laatste Oordeel naar een softe Petrus die iedereen
vol begrip en mededogen binnenlaat. Van een profetische en
radicale, daadkrachtige Jezus naar een Onze Lieve Heer die
hoofdschuddend en machteloos toekijkt hoe slecht de wereld
is.
Ik heb misschien wat overdreven, maar misschien herkent
u er iets van. Ik wil ook niet terug naar het eenzijdige
autoritaire godsbeeld van vroeger. Maar meer evenwicht is
denk ik wel gewenst. Een scheefgegroeid godsbeeld en een
onevenwichtig gedrag van onszelf hangen nauw samen. Want
wij kunnen ons beeld van God aanpassen aan hoe we zelf
denken te moeten leven. De heilige Schrift wil ons niet
alleen bemoedigen, maar soms ook corrigeren: God is vaak
anders dan wij denken. Hij wil zich laten kennen, dwars
door de beelden heen die wij van hem gevormd hebben.
Daarom lezen we de schrift en komen we steeds weer samen
om tot Hem te bidden vanuit wat er leeft in ons hart.
Bij Jesaja is God een machtige heerser, die
tegelijkertijd als een herder zijn lammetjes koestert aan
zijn borst. Als je, net zoals Hij, in de ene situatie heel
warm en zacht kan zijn, en in de andere situatie krachtig
corrigerend kunt optreden, dan ben je een evenwichtig
mens, iemand die echt beseft wat liefde is en dat ook
uitstraalt, in beide situaties. Ik hoop en bid dat dat
evenwicht in ons allen groeit, juist omdat we ons
spiegelen aan de Allerhoogste.
Hans Oldenhof |