Overweging op Oudejaarsavond 2009
bij Johannes 3, 1-10: Opnieuw geboren worden
Hoe
het afgelopen jaar ook verlopen is voor u persoonlijk; dit
jaar heeft ons mede gemaakt tot wie we nu zijn. En
allemaal dragen we dankbare herinneringen met ons mee, en
ook littekens, waarvan we de pijn vooral voelen als de
herinnering aan moeilijke momenten wordt geactiveerd. In
de psalm die we samen lazen heeft de dichter het over
pijnlijke conflicten; over gevangenschap, over ondervonden
vijandschap. De dichter gaat die herinneringen niet uit de
weg. Hij kan ze ook onder ogen zien omdat hij weet dat hij
gedragen wordt. Laatst las ik in de krant dat kinderen,
die veel geweld hebben meegemaakt, daar hun leven lang
last van kunnen hebben. Maar de wonden zijn dieper als ze
nergens met hun verhaal naar toe konden; als ze helemaal
alleen stonden in hun wanhoop en verdriet. De dichter van
psalm 91 weet dat hij altijd bij God terecht kan. Hij
voelt zich geborgen in het bestaan, wat er ook gebeurt. De
kracht van de psalm bestaat daaruit, dat de angst en de
pijn nergens ontkend worden; zij kunnen juist geuit worden
omdat de dichter zich geborgen weet bij God. Eerst is hij
zelf aan het woord; maar op het einde van de psalm komt
God zelf aan het woord. In het hart van de dichter welt
het woord van God naar boven. Dat kan als je je leven met
al zijn ups en downs aan God toevertrouwd; er komt ineens
een moment dat je je niet meer alleen voelt. Je weet je
ineens weer gedragen door God op wie je altijd vertrouwd
hebt.
Als evangelie kozen we voor deze bijzondere avond het
verhaal van de ontmoeting tussen Jezus en de farizeeër
Nicodemus. Nicodemus is een man die zich ondanks zijn hoge
status en zijn hoge leeftijd aangetrokken voelt tot Jezus,
tot de man die in de ogen van vele hoog geplaatsten een
gevaarlijke nieuwlichter is. Jezus zegt hem dat hij
opnieuw geboren moet worden. En Nicodemus schudt in eerste
instantie zijn hoofd. Hoe kan hij, een oude man, nu
opnieuw geboren worden? Deze tekst kwam in mijn gedachten
omdat we vanavond even stilstaan bij de tijd. Een oud jaar
sluiten we af, en we verwelkomen het nieuwe. Maar hoe gaan
we het nieuwe jaar in? Het zou zonde zijn als we, mede
door de opgedane littekens op onze ziel, zijn gaan denken:
het nieuwe jaar is gewoon een voortzetting van het oude.
Want ik weet onderhand wel wat ik kan verwachten van het
leven. Voor mij niets nieuws meer onder de zon. Wie ben ik
dat er nog werkelijk iets verrassends zou kunnen gebeuren?
Jezus zegt tegen Nicodemus: als je het koninkrijk van
God wilt binnengaan, dan zul je wedergeboren moeten worden
uit water en geest. In deze tekst worden de Geest en de
wind met elkaar vergeleken; beiden zijn ongrijpbaar, ze
gaan hun eigen weg. Geest en wind; ze staan haaks op alles
wat voorspelbaar en maakbaar is. Ze staan haaks op
platgetreden paden en ook op alle fatalisme. Voor de jonge
kerk, de kerk van de evangelist Johannes, is het doopsel
met water een deel krijgen aan de Geest van God, de steeds
weer vernieuwende scheppingskracht die in ons woont tot op
de dag van vandaag. Wat ik ons allen toewens voor deze
avond en voor het jaar dat voor ons ligt is dit: dat er
ruimte is voor de Geest. Als we steeds weer ons hele
hebben en houden toevertrouwen aan God kunnen we gaan
ervaren dat ons leven werkelijk door God gedragen wordt.
Als we het afgelopen jaar onbevangen onder ogen zien en
aanbieden aan onze God, dan zal de Eeuwige onze goede
daden erkennen, onze tranen drogen, onze schuld vergeven,
onze pijn verzachten. Zo kan er ruimte in ons ontstaan,
ruimte voor de Geest van God die ons steeds weer
vernieuwt. De Geest van God kan ons onbevangenheid
schenken, wijsheid, geduld, en in dat alles kan het
aanvoelen alsof we herboren zijn. Dat het nieuwe jaar voor
ons allen iets van die hergeboorte zal brengen, ik wens
het ons allen toe.
Hans Oldenhof
Overweging op Nieuwjaarsdag bij Johannes 3, 1-10
Over opnieuw geboren worden
Het nieuwe jaar is geboren. Daar hebben we vannacht al
of niet luidruchtig bij stilgestaan. En als we met anderen
samen waren hebben we elkaar zeker een goed en gelukkig
Nieuwjaar toegewenst. Als oecumenische voorbereidingsgroep
dachten we: de tijd verstrijkt, een nieuw jaar is
aangebroken. Dat is mooi, maar nog belangrijker is hoe wij
in de tijd staan. Je kunt het nieuwe jaar min of meer
uitbundig vieren, en het is een goede katholieke gewoonte
om elke gelegenheid aan te grijpen voor een feestje. Maar
dat feestje heeft meer zin en betekenis als je zelf ook
het gevoel hebt dat het leven in je stroomt. Als niet
alleen de tijd voortschrijdt maar als je zelf ook in
beweging bent, dan kan de vreugde om het nieuwe jaar van
binnenuit komen.
En zo kwamen we uit bij het verhaal over het gesprek
tussen Jezus en Nicodemus. Nicodemus is al een oude man,
en ook nog farizeeër, dus vanuit zijn traditie gespitst op
het nakomen van regels en wetten. Allemaal met het oog op
de komst van de joodse Messias natuurlijk, om die te
bespoedigen. Maar regels en wetten kunnen nogal eens een
eigen leven gaan leiden en belangrijker worden dan het
doel waarvoor ze bedacht zijn. Mijn vrouw geeft mij wel
eens op mijn kop als ik teveel hecht aan vaste regels en
patronen. ‘Het lijkt wel of je oud begint te worden’, zegt
ze dan. Het wordt dan een sport om dezelfde dingen eens op
een andere manier te gaan doen. Daar blijf je misschien
niet jong bij, maar je kun wel je speelsheid wat op peil
houden. Dat maakt je leven leuker.
Jezus heeft het niet over meer kleur en variëteit
brengen in je leven; nee, radicaal als hij is heeft hij
het over opnieuw geboren worden. En nog wel uit water en
geest. En het gaat hem niet om een leuk leven; nee, hij
zet hoog in; het gaat hem om binnengaan in het koninkrijk
van God. Ik hoorde dat het een gewoonte is in oecumenische
vieringen om steeds kort één symbool of ritueel te laten
zien en uit te leggen. Dit omdat we als christenen in een
rijke traditie staan. Het ritueel dat we aan het einde van
deze viering zullen uitvoeren is een besprenkeling met
water, bij wijze van zegen dus. Dit ritueel vond in mijn
kindertijd nog veelvuldig plaats in de katholieke hoogmis,
maar sinds een jaar of 40 wordt het beperkt tot de
paasnacht, tot het moment van de hernieuwing van de
doopbeloften. De besprenkeling met wijwater wil ons
herinneren aan ons doopsel. Het is natuurlijk een vrolijk
gespetter, maar tegelijkertijd heeft het een diepe zin. De
besprenkeling wil ons eraan herinneren dat we steeds
opnieuw geboren kunnen worden. Bij de doop zijn we
verbonden met Christus. Op dat moment zijn we aangeraakt
door water en geest, heilige geest. Dat heeft iets met ons
gedaan, en zeker als er na ons doopsel een verdere
inwijding in het christelijk geloof heeft plaatsgevonden.
Water en geest, ze verbinden ons met de Schepper, met de
scheppingskracht van God.
We staan aan het begin van een nieuw jaar. En namens de
oecumenische werkgroep wens ik ons allen toe dat we die
scheppingskracht van God dit jaar in ons en tussen ons
zullen ervaren. Dat de scheppingskracht van God, die diep
in ons aanwezig is, ons steeds zal vernieuwen, ons fris en
scherp zal houden. Ik wens ons allen toe dat we elkaar
blijven verrassen, en dat we nieuwe dingen in elkaar
ontdekken, dat we voor onszelf en voor elkaar af en toe
als het ware opnieuw geboren worden. Tot lof van Christus,
amen.
Hans Oldenhof |