Overweging op Aswoensdag 2010
bij Joël 2, 12-18
en Matteüs 6, 1-18
Er sterven altijd veel mensen in deze kille
wintermaanden. En de laatste tijd ben ik ook af en toe in
het hospice geweest
of
heb ik thuis met mensen kunnen praten over hun leven dat
stap voor stap ten einde loopt. Iedereen maakt de balans
op, kijkt terug, vertelt graag zijn of haar verhaal. Niet
een historisch overzicht, maar een reeks van
scharniermomenten, toen mensen hebben genoten van het
leven en ook toen ze hard met zichzelf werden
geconfronteerd. Het is een terugblik naar momenten waarop
naar buiten kwam wie ze echt waren, in hun kracht en in
hun zwakte.
Ik hoop dat wij, zoals we hier bij elkaar zijn, nog een
flinke tijd voor de boeg hebben. De lezingen van
Aswoensdag nodigen ons wel uit om even een pas op de
plaats te maken en naar onszelf te kijken, naar onze
kracht en onze zwakte. De profeet Joël roept in zijn tijd
op tot vasten omdat hij het gevoel heeft dat het einde der
tijden nadert, met de dag van het laatste oordeel. Voor
hem is het nu of nooit. Nu kan het volk zich nog bekeren;
nu heeft het nog een kans om een betere weg te kiezen.
Kansen pakken in het hier en nu: dat lijkt me ook een
uitdaging voor ieder van ons. We kunnen wel eindeloos
doorgaan met onze slechte gewoonten. Het is beter op
bepaalde terreinen het roer hier en nu om te gooien en een
nieuwe start te maken. In de krant las ik over een
middelbare school in Rotterdam, het Laurenscollege. De
leerkracht die speciale aandacht heeft voor de katholieke
identiteit van de school had witte polsbandjes gekocht.
Leerlingen konden die kopen om te dragen tijdens de
vasten. Ze maakten zichzelf dan een goed voornemen,
bijvoorbeeld veertig dagen niet 30 sms-jes verzenden maar
alleen als het echt nodig was. Zo waren er meer
voorbeelden, want de polsbandjes vonden gretig aftrek.
Zelfs van ouders was er vraag naar; bijvoorbeeld een
ouderpaar dat zich voornam om tijdens de vastentijd geen
ruzie met elkaar te maken waar de kinderen bij waren. Zo
zijn er tal van dingen te bedenken waardoor we de
kwaliteit van ons leven kunnen verhogen, meer tot echt
leven kunnen komen. Meer tijd nemen voor rust en stilte
bijvoorbeeld, zodat je daarna echte aandacht kunt hebben
voor de mensen om je heen. En ook een gezondere leefstijl,
of een leefstijl met meer aandacht voor het milieu en het
welzijn van de makers van de producten die je koopt, en
het welzijn van de dieren wier vlees je eet.
Er zijn ook mensen die echt gaan vasten, meestal om hun
eigen lichaam eens goed te reinigen, om overtollig vet
kwijt te raken en opgeslagen gifstoffen af te voeren. Ik
heb zelf de ervaring dat je je veel fitter kunt voelen na
een vastenkuur. De rust die je gauwer neemt als je een
tijd echt vast is ook al zo weldadig. Het vasten helpt je
om minder door te hollen en meer contact te krijgen met de
gevoelens en verlangens die op een wat dieper niveau in je
leven. Matteüs roept ons op om niet een somber gezicht op
te zetten zoals de huichelaars, die iedereen willen laten
zien dat ze aan het vasten zijn. Als mensen nu vasten, dan
lopen ze daarmee denk ik niet zo te koop. Je doet het voor
jezelf. Wel is mijn ervaring dat je jezelf tegenkomt als
je meer rust neemt en gaat vasten. Dus als er onrust en
bijvoorbeeld onverwerkt verdriet in je leeft, dan komt dat
naar de oppervlakte. Ik hoop dat we dan de moed hebben om
het er te laten zijn. Wat je wegdrukt komt via een
achterdeur toch terug. Wat je wegdrukt heeft toch
onderhuids invloed op je leven. Daarom is het beter om het
naar boven te laten komen en onder ogen te zien wat er in
je leeft. Dat je probeert er mee in het reine te komen.
Juist dan kan de kwaliteit van ons leven groeien.
Straks ontvangen we het askruisje. Ik zelf zal ook de
lectrice vragen om mij het kruisje te geven. Het is een
ritueel dat me dierbaar is. Ik zeg er niet bij wat vroeger
altijd gezegd werd, want dat weten we onderhand wel. Dat
we stof zijn en tot stof zullen wederkeren. Dat weten die
mensen in het hospice en mensen die thuis toeleven naar
het einde ook wel. Als ik met hun spreek gaat het niet
over sterven, maar juist over leven, over leven, door de
dood heen, naar God toe. Ik hoop dat wij nog een flinke
tijd op aarde voor ons hebben. En daarin mag best wat meer
leven, meer kwaliteit komen. Daarom zeg ik bij het
toedienen van het askruisje: Kind van de aarde, kom tot
nieuw leven. Moge deze viering daartoe bijdragen.
Hans Oldenhof |